You're meeting with the wrong people






Goedgekeurd door de VZW Vereniging van de Raad voor de Journalistiek op 20 september 2010
BEGINSELEN
Het recht op informatie en vrije meningsuiting is een fundamenteel mensenrecht en een essentile voorwaarde voor een democratische samenleving.
De pers heeft het recht en de plicht om het publiek te informeren over zaken van maatschappelijk belang.
Het recht van het publiek om de feiten en de opinies te kennen bepaalt de journalistieke vrijheid en verantwoordelijkheid.
De verantwoordelijkheid van de journalist tegenover het publiek veronderstelt een maximale vrijheid en heeft voorrang op zijn verantwoordelijkheid tegenover zijn werkgever en die tegenover de overheid.
De journalist legt zich daarbij normen op, die volgen uit het respect voor andere fundamentele mensenrechten. Die normen vloeien voort uit zijn plicht om (I) waarheidsgetrouw te berichten, (II) onafhankelijk informatie te garen en te verstrekken, (III) fair op te treden en (IV) respect te betonen voor het privleven en de menselijke waardigheid.
De journalist kan van sommige bepalingen van deze code afwijken als een voldoende gewichtig maatschappelijk belang dat vereist en de informatie niet op een andere manier kan gebracht worden. De bepalingen waarop deze afwijking van toepassing is, worden hierna aangeduid met (*).
Een aantal bepalingen van deze code worden aangevuld met concrete richtlijnen, die als bijlage bij de code worden gevoegd. Deze bepalingen worden hierna aangeduid met ().
I. - WAARHEIDSGETROUW BERICHTEN
1. De journalist bericht waarheidsgetrouw. Dit vloeit voort uit het recht van het publiek om de waarheid te kennen.
2. De journalist publiceert alleen informatie waarvan de oorsprong hem gekend is. De journalist checkt de waarachtigheid van de informatie. In de mate van het mogelijke, en voor zover dit relevant is, maakt hij de bron van zijn informatie bekend.
3. De journalist schrapt of verdraait geen essentile informatie in teksten, beelden, klankfragmenten of andere documenten. Bij het verwerken van vraaggesprekken geeft hij de verklaringen van de genterviewde getrouw weer en respecteert hij de geest van het gesprek.
4. De journalist maakt voldoende het onderscheid tussen zijn feitelijke berichtgeving en zijn commentaar duidelijk voor het publiek.
In zijn berichtgeving maakt de journalist het onderscheid tussen feiten, veronderstellingen, beweringen, en opinies duidelijk voor het publiek.
5. De journalist zet loyaal de relevante feitelijke informatie recht die hij onjuist weergegeven had.
6. De journalist verleent desgevraagd loyaal een wederwoord om relevante feitelijke informatie recht te zetten of aan te vullen. Een vraag om wederwoord kan enkel om ernstige redenen afgewezen worden.
II. - ONAFHANKELIJK INFORMEREN
7. De journalist en zijn redactie genieten een maximale vrijheid van informatie, van commentaar en van kritiek, en zij oefenen die in verantwoordelijkheid uit.
8. Als auteur van een opiniebijdrage, een column of cartoon geniet de journalist een grotere mate van vrijheid om zijn mening te geven en om conclusies te trekken uit de feiten dan in zijn feitelijke berichtgeving.
9. De journalist en zijn redactie bewaren hun onafhankelijkheid en weren elke druk. De journalist aanvaardt slechts redactionele richtlijnen van de redactieverantwoordelijken. De journalist heeft het recht om opdrachten die niet stroken met de journalistieke ethiek te weigeren.
10. De journalist vermijdt belangenvermenging met personen of organisaties waarmee hij beroepshalve in contact komt.
11. De journalist leent zich niet tot reclame of propaganda en laat zich niet onder druk zetten door adverteerders of door belanghebbenden bij de informatie.
Reclameboodschappen en ingezonden mededelingen worden zodanig gebracht dat de lezer, kijker en luisteraar ze niet kan verwarren met de eigen berichtgeving.
12. De journalist neemt geen voordeel in ontvangst dat zijn onafhankelijkheid in gevaar brengt.
13. De journalist gebruikt financile informatie, waarvan hij kennis heeft en voordat die aan het publiek openbaar is gemaakt, niet in zijn eigen belang of dat van zijn omgeving. De journalist onthoudt zich van elke vorm van misbruik van voorkennis en marktmanipulatie.
14. Het staat de redactie vrij ingezonden brieven en andere reacties van een naschrift te voorzien of niet te plaatsen. Wijziging en inkorting zijn toegestaan zolang de inhoudelijke essentie en de toonzetting behouden blijven.
De redactie beheert in volle onafhankelijkheid haar webforums en draagt de verantwoordelijkheid voor dit beheer.
III. - FAIR PLAY
15. De journalist gebruikt loyale methodes om informatie, foto's, beelden en documenten te verkrijgen of te verwerken.*
De journalist maakt geen misbruik van zijn hoedanigheid, in het bijzonder ten aanzien van mensen in een maatschappelijk kwetsbare situatie zoals minderjarigen, slachtoffers van criminaliteit, rampen en ongevallen, en hun familie.
16. Voor informatie wordt niet betaald*. Enkel voor de exclusiviteit van beeldmateriaal of interviews kan worden betaald op voorwaarde dat dit de vrije nieuwsgaring niet in het gedrang brengt.
17. Bij het vergaren van informatie maakt de journalist zichzelf en het doel van zijn optreden bekend.*
18. De journalist pleegt geen plagiaat.
19. De journalist beschermt de identiteit van zijn bronnen aan wie hij vertrouwelijkheid heeft toegezegd, en van bronnen van wie hij wist of moest weten dat zij hem informatie hebben toegespeeld in de verwachting dat hij hun identiteit niet zou onthullen.*
20. Wanneer een journalist in zijn berichtgeving zelf ernstige beschuldigingen uit, met name wanneer die de eer en de goede naam betreffen, is het aangewezen dat hij de betrokkene voor de publicatie of de uitzending contacteert en hem loyaal de kans biedt hierop te reageren.*
21. De journalist maakt met bronnen of andere gesprekspartners geen afspraken die zijn onafhankelijkheid in het gedrang brengen. Maar gemaakte afspraken moeten wel worden nageleefd, met name wanneer het gaat over het noemen van namen of de voorinzage van teksten. Precies om die reden moeten afspraken ook duidelijk en ondubbelzinnig zijn.
IV. - RESPECT VOOR HET PRIVELEVEN EN DE MENSELIJKE WAARDIGHEID
22. De journalist houdt rekening met de rechten van eenieder die in de berichtgeving voorkomt. Hij weegt die rechten af tegenover het maatschappelijk belang van de informatie.
23. De journalist respecteert het privleven van personen en tast het niet verder aan dan noodzakelijk in het maatschappelijk belang van de berichtgeving.
De journalist gaat in het bijzonder omzichtig om met mensen in een maatschappelijk kwetsbare situatie, zoals minderjarigen, slachtoffers van criminaliteit, rampen en ongevallen, en hun familie.
24. De journalist respecteert de menselijke waardigheid en tast ze niet verder aan dan noodzakelijk is in het maatschappelijk belang van de berichtgeving.
De journalist vermijdt overdrijving bij het vrijgeven van beelden en/of details, ook wanneer de feiten de publieke opinie sterk beroeren.
25. De journalist uit geen ongegronde verdachtmakingen of beschuldigingen.
26. De journalist respecteert het leed van slachtoffers en hun omgeving en bij zijn nieuwsgaring dringt hij zich niet ongepast op.
27. De journalist die persoonlijkheidskenmerken vermeldt zoals etnische oorsprong, huidskleur, seksuele geaardheid vermijdt stereotypering, veralgemening en overdrijving, en zet niet aan tot discriminatie.
Richtlijnen bij de Code van de Raad voor de Journalistiek
Richtlijn bij artikel 3:
3. De journalist schrapt of verdraait geen essentile informatie in teksten, beelden, klankfragmenten of andere documenten. Bij het verwerken van vraaggesprekken geeft hij de verklaringen van de genterviewde getrouw weer en respecteert hij de geest van het gesprek.
Beeldbewerkingen die de journalistieke inhoud van een beeld of van een document wijzigen, moeten duidelijk waarneembaar zijn voor de kijker/lezer, die op geen enkele wijze misleid mag worden. Indien niet meteen duidelijk is dat het om een bewerkt beeld gaat, wordt in het beeldonderschrift of de begeleidende tekst duidelijk aangegeven dat het beeld bewerkt is.
Indien beelden zodanig worden bewerkt dat ze niet meer weergeven wat de camera reel heeft vastgelegd, moet dat voor de kijker duidelijk gemaakt worden in de begeleidende commentaar of tekst. Ook nagespeelde gebeurtenissen en reconstructies vallen hieronder.
Archiefmateriaal moet altijd als archiefmateriaal herkenbaar blijven als het gebruik ervan aanleiding kan geven tot misleiding van het publiek.
Richtlijn bij artikel 9:
9. De journalist en zijn redactie bewaren hun onafhankelijkheid en weren elke druk. De journalist aanvaardt slechts redactionele richtlijnen van de redactieverantwoordelijken. De journalist heeft het recht om opdrachten die niet stroken met de journalistieke ethiek te weigeren.
De hoofdredacteur of degene die deze journalistieke functie uitoefent heeft de eindverantwoordelijkheid voor het geheel van het journalistieke product. Hij/zij bewaakt de onafhankelijkheid en de integriteit van de redactie, zodat ze de regels voor behoorlijk professioneel gedrag en de journalistieke ethiek correct kan toepassen.
De hoofdredacteur is tevens het aangewezen aanspreekpunt voor de commercile en de advertentieafdeling. Het is de opdracht van de hoofdredacteur om daarbij de redactionele onafhankelijkheid te waarborgen en erop toe te zien dat commercile acties geen invloed hebben op de onafhankelijkheid van de redactie.
Richtlijn bij artikel 13
13. De journalist gebruikt financile informatie, waarvan hij kennis heeft en voordat die aan het publiek openbaar is gemaakt, niet in zijn eigen belang of dat van zijn omgeving. De journalist onthoudt zich van elke vorm van misbruik van voorkennis en marktmanipulatie.
Richtlijn inzake handel met voorkennis, marktmanipulatie, beleggingsaanbevelingen en belangenconflicten
INLEIDING
Voor de implementatie van de Europese Richtlijn 2003/125/EG kiest de Raad dus voor zelfregulering en wil de Raad er aldus op toezien dat de toepassing van deze Europese Richtlijn geen afbreuk doet aan de persvrijheid, gewaarborgd door artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, noch aan het journalistieke bronnengeheim, geregeld in de wet van 7 april 2005 tot bescherming van de journalistieke bronnen. In die zin houden de Richtlijn en de bijhorende zelfregulering een uitdrukkelijke erkenning van de journalistieke vrijheid in, en staan zij garant voor een vrije berichtgeving met wederzijds respect voor de belangen van de pers en de publieke opinie enerzijds en van de financile markten anderzijds.
Uitgevers en journalisten zullen er samen over waken dat kennis, die in het raam van hun informatieopdracht wordt vergaard, niet misbruikt wordt voor het ontwrichten van de financile markten, noch voor het verkrijgen van enig persoonlijk voordeel. Zulk door de wet verboden voordeel kan ontstaan door de handel met voorkennis in financile instrumenten, of door marktmanipulatie en belangenvermenging, of door derden in staat te stellen deze inbreuken te plegen.
ALGEMENE BEPALINGEN, VAN TOEPASSING OP ELKE JOURNALIST
1.1 Principe
Zowel in de uitoefening van zijn werk, beroep of functie als door zijn werk, beroep of functie, is het mogelijk dat een Journalist toegang krijgt tot financile en/of bedrijfsinformatie, waarvan hij weet of redelijkerwijze moet weten dat zij bevoorrecht is of onder een embargo valt.
nog niet openbaar is gemaakt aan het publiek
nauwkeurig is
Hoewel loutere geruchten en veronderstellingen niet als bevoorrechte informatie aanzien worden, is niet vereist dat de informatie vaststaand moet zijn om ze als bevoorrecht en nauwkeurig te kwalificeren. Informatie over gebeurtenissen of feiten die waarschijnlijk of slechts mogelijk zullen plaatsvinden, kan nauwkeurig en dus bevoorrecht zijn.
rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een financieel instrument of op een emittent van een financieel instrument
Onder financile instrumenten worden onder andere begrepen aandelen, opties, obligaties of andere roerende waarden zoals gedefinieerd in artikel 2, 1 van de Wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financile sector en de financile diensten.
Wat betreft de emittent van een financieel instrument kadert zowel vennootschapsinterne informatie (nakende fusie, managementwijzigingen, enz.), als vennootschapsexterne informatie (informatie inzake een concurrent enz.) binnen deze omschrijving. Ook ontwikkelingen van politieke, reglementaire of wetenschappelijke aard die zich situeren in de activiteitssfeer van de betrokken emittent kunnen bijgevolg onder deze bepaling vallen, aangezien zij (of de evaluatie ervan) de perspectieven van de emittent en/of van het financieel instrument gevoelig kunnen benvloeden.
bij bekendmaking aan het publiek, een aanzienlijke invloed heeft of zou kunnen hebben op de koers van een financieel instrument of van een aanverwant financieel instrument (zoals gedefinieerd in artikel 2, 2 van de Wet).
aan derden opdracht te geven of aanbevelingen te doen de financile instrumenten waarop de voorkennis betrekking heeft, of daarmee aanverwante financile instrumenten, te kopen of te verkopen;
de bevoorrechte informatie en/of van de informatie onder embargo aan derden (mondeling of schriftelijk) mee te delen;
Worden niet als derden beschouwd de Journalisten die in het kader van de normale uitoefening van hun werk, beroep of functie kennis hebben van de informatie onder embargo en de insiders van wie redelijkerwijze bekend is dat zij kennis hebben van de informatie onder embargo.
op enige andere wijze gebruik te maken van zijn voorkennis vooraleer dergelijke informatie openbaar is gemaakt aan het publiek.
2. Marktmanipulatie[3]
2.1 Principe
2.2 Marktmanipulatie
(i) de verspreiding van valse of misleidende aanwijzingen (die valse of misleidende signalen geven of kunnen geven) betreffende het aanbod van, de vraag naar, de koers van een financieel instrument, alsook
(ii) elke kunstmatige of abnormale benvloeding van de activiteit op de markt, de koers en/of het transactievolume van een financieel instrument of het niveau van de marktindex, met inbegrip van het gebruik van fictieve constructies of enige vorm van bedrog of misleiding of
(iii) de deelname aan en aanbeveling van voormelde verboden handelingen.
2.3 Verboden handelingen
In het algemeen wordt aan de Journalist gevraagd zich te onthouden van alle vormen van marktmanipulatie, zoals die in de Wet worden beschreven.
Meer in het bijzonder wordt de aandacht van de Journalist gevestigd op de volgende verboden handelingen (al dan niet samen met anderen gesteld):
wetens en willens handelingen stellen, transacties uitvoeren, orders plaatsen of afspraken maken die
al dan niet door het gebruik van een bedrieglijk middel
door het gebruik van een bedrieglijk middel, de activiteit op de markt, de koers van een financieel instrument, het transactievolume van een financieel instrument of het niveau van een marktindex kunstmatig of abnormaal benvloeden of zouden kunnen benvloeden.
wetens en willens informatie of geruchten verspreiden die valse of misleidende signalen geven of kunnen geven over financile instrumenten, waarbij de Journalist wist of had moeten weten dat de informatie vals of onjuist was. In het geval van een Journalist die handelt in het kader van zijn journalistieke activiteit, wordt voor het evalueren van de informatieverspreiding rekening gehouden met de journalistieke regels, tenzij de Journalist rechtstreeks of onrechtstreeks een voordeel of winst behaalt uit de kwestieuze informatieverspreiding.
Het uitbrengen van een aanbeveling bestaat niet alleen wanneer een journalist zon aanbeveling zelf en voor het eerst uitstuurt, maar ook wanneer een journalist andermans beleggingsstrategie verspreidt na ze zo te hebben gewijzigd dat de beleggingsstrategie is omgekeerd.
De Journalist die beleggingsaanbevelingen uitbrengt, legt de nodige zorg aan de dag om zijn bronnen na te trekken en om loutere feiten te onderscheiden van interpretaties, ramingen, advies, prognoses, projecties en richtkoersen en andere vormen van informatie die niet op feiten betrekking hebben.
De Journalist [en/of de uitgever] die beleggingsaanbevelingen uitbrengt, draagt er zorg voor dat het publiek kennis kan nemen van zijn identiteit en/of de identiteit van de uitgever.
De Journalist [en/of de uitgever] die een door een derde uitgebrachte Beleggingsaanbeveling omkeert (zoals de verandering van een aanbeveling om te kopen in een aanbeveling om te verkopen), zorgt er bovendien voor dat deze wijziging voldoende duidelijk wordt vermeld.
3.3.2. Belangenconflict ten aanzien van een aanbeveling
Een journalist die een beleggingsaanbeveling uitbrengt kan zich bovendien in een situatie van belangenconflict bevinden.
De Journalist die meent zich te bevinden in een geval van belangenconflict, meldt dit onmiddellijk aan zijn uitgever.
De Journalist die meent zich te bevinden in een geval van belangenconflict, onthoudt zich ervan Beleggingsaanbevelingen te doen, te schrijven of te publiceren of op enige andere manier aan het publiek bekend te maken, tenzij hij zijn belangen uitdrukkelijk en in zijn Beleggingsaanbeveling aan zijn publiek bekend maakt.
Er is met name een belangenconflict mogelijk indien
3.4 Journalisten die door derden uitgebrachte beleggingsaanbevelingen verspreiden
De Journalist [en/of de uitgever] die Beleggingsaanbevelingen verspreidt, draagt er zorg voor dat het publiek kennis kan nemen van zijn identiteit en/of de identiteit van de uitgever. Hij draagt er zorg voor de bron te vermelden en, indien nodig en mogelijk, de plaats waar de bron kan worden geraadpleegd.
De Journalist [en/of de uitgever] die zich beperkt tot het verspreiden van een samenvatting van een bestaande Beleggingsaanbeveling, zonder ze te wijzigen of zonder enige persoonlijke benadering en/of eigen aanbeveling toe te voegen, zorgt ervoor dat de samenvatting duidelijk en niet misleidend is.
De Journalist [en/of de uitgever] die een door een derde uitgebrachte Beleggingsaanbeveling ingrijpend wijzigt, zonder dat daarbij de beleggingsstrategie wordt omgekeerd, maakt hiervan duidelijk melding.
Iedere Journalist die zich in een situatie bevindt die kan conflicteren met de bepalingen van deze Richtlijn of die op de hoogte is van een onderzoek door de CBFA of het gerecht inzake inbreuken tegen de bepalingen van deze Richtlijn met betrekking tot zijn persoon of de uitgever, meldt dit onmiddellijk aan de compliance verantwoordelijke.
De Raad voor de Journalistiek is bevoegd om kennis te nemen van vragen en klachten omtrent de naleving van de bepalingen van deze Richtlijn. De Raad voor de Journalistiek zal rekening houden met de bepalingen van artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en zal meer bepaald nagaan of de eventuele beperking van de persvrijheid noodzakelijk is in een democratische samenleving.
De Raad van Journalistiek behoudt zich het recht voor deze Richtlijn aan te passen aan nieuwe evoluties in de informatieverstrekking en in de financile en journalistieke sector, evenals aan wijzigingen van de toepasselijke wettelijke bepalingen.
Richtlijn bij artikel 14:
14. Het staat de redactie vrij ingezonden brieven en andere reacties van een naschrift te voorzien of niet te plaatsen. Wijziging en inkorting zijn toegestaan zolang de inhoudelijke essentie en de toonzetting behouden blijven.
De redactie beheert in volle onafhankelijkheid haar webforums en draagt de verantwoordelijkheid voor dit beheer.
Richtlijn over de omgang van de pers met gebruikersinhoud
Belangrijk is dat een onderscheid wordt gemaakt tussen het nieuwsmateriaal (tips, fotos, videobeelden) en de opiniebijdragen (commentaarstukken, reacties ) die door gebruikers worden bezorgd.
Het nieuwsmateriaal wordt, voordat het wordt openbaar gemaakt, door de redacties behandeld volgens de klassieke regels van de journalistieke bronnencontrole. Het is dus ook de redactie die verantwoordelijk is voor wat wordt gepubliceerd.
Bij discussieforums vallen de opiniebijdragen die erop verschijnen onder de eerste verantwoordelijkheid van de auteurs, maar het medium dat de bijdragen publiceert, is op beroepsethisch vlak mee verantwoordelijk voor het goed beheer van het forum.
Bij digitale discussieforums kunnen de media die verantwoordelijkheid opnemen door:
- hetzij de binnenkomende reacties te toetsen op hun toelaatbaarheid voor opname in het forum (de zogenaamde pre-monitoring);
- hetzij de ingestuurde reacties voor publicatie na te lezen en selectief te publiceren (het zogenaamde actief modereren);
- hetzij (bij zogenaamde post-monitoring) in de nodige technieken te voorzien zodat ongepaste inhoud zo snel mogelijk wordt verwijderd.
Om ongepaste inhoud te voorkomen of zo snel mogelijk te verwijderen bestaan onder meer volgende technieken:
(1) het zich vooraf laten registreren door de gebruikers;
(2) het duidelijk vermelden op de site van de gebruiksvoorwaarden en aanbevelingen;
(3) het gebruik van een elektronische filter om ongepaste termen te weren;
(4) het aanbieden van de mogelijkheid om ongepaste reacties te signaleren aan de moderator van het forum;
(5) het vooraf modereren en continu begeleiden van discussies over gevoelige onderwerpen.
Ten slotte herinnert de Raad voor de Journalistiek eraan dat anonieme bijdragen slechts uitzonderlijk kunnen gepubliceerd worden, en dat de redactie alleszins over de identiteitsgegevens van de inzender moet beschikken.
Richtlijn bij artikel 17:
17. Bij het vergaren van informatie maakt de journalist zichzelf en het doel van zijn optreden bekend.*
De journalist die een communicatie registreert met de bedoeling ze integraal of gedeeltelijk uit te zenden of te publiceren, stelt in beginsel zijn gesprekspartner hiervan op de hoogte, alsook van het doel waarvoor hij de opname maakt. *
Incognitojournalistiek, waarbij de journalist zijn hoedanigheid verzwijgt, verborgen opnames en aliasjournalistiek, waarbij de journalist bewust een andere hoedanigheid aanneemt, zijn slechts verantwoord indien de informatie niet op een andere manier kan verkregen worden en wanneer er voldoende maatschappelijk belang is. Bij aliasjournalistiek moet dat zelfs een gewichtig maatschappelijk belang zijn. Overleg met de hoofdredactie over het gebruik van deze technieken is aangewezen. Er moet steeds zorgvuldig worden afgewogen of er geen overdreven risicos worden genomen voor de veiligheid van de journalist en de omstanders. Een journalist kan niet onder druk worden gezet om risicovolle opdrachten te aanvaarden.
Het uitzenden van heimelijk opgenomen telefoongesprekken of van opnames met verborgen camera of microfoon kan alleen als er een voldoende maatschappelijk belang is en als de informatie niet op een andere manier kan verkregen worden. Overleg met de hoofdredactie over het gebruik van deze technieken is aangewezen.
Bij incognito-, alias- en verborgen opnames wordt er in beginsel voor gezorgd dat de betrokkenen niet identificeerbaar zijn.
Richtlijn bij artikel 21:
21. De journalist maakt met bronnen of andere gesprekspartners geen afspraken die zijn onafhankelijkheid in het gedrang brengen. Maar gemaakte afspraken moeten wel worden nageleefd, met name wanneer het gaat over het noemen van namen of de voorinzage van teksten. Precies om die reden moeten afspraken ook duidelijk en ondubbelzinnig zijn.
Berichtgeving kan het voorwerp uitmaken van een embargo. In dit geval verstrekt een bron informatie maar vraagt zij in ruil een afspraak over het moment van publicatie. Wanneer een dergelijke afspraak wordt gemaakt, wordt ze door de journalist nageleefd. Een embargo wordt opgeheven zodra de informatie uit een andere bron bekend is.
Berichtgeving kan ook het voorwerp uitmaken van een vraag tot uitstel. In dit geval vraagt een betrokken partij om informatie die de journalist zelf gegaard heeft tijdelijk niet te publiceren.
Uitzonderlijk kunnen er redenen zijn om hierop in te gaan:
Embargos en vragen tot uitstel zullen enkel worden gehonoreerd indien ze behoorlijk zijn aangevraagd, inhoudelijk precies zijn omschreven, overtuigend en uitdrukkelijk gemotiveerd zijn, gelden voor alle media en in de tijd beperkt zijn.
Richtlijn bij artikel 23:
23. De journalist respecteert het privleven van personen en tast het niet verder aan dan noodzakelijk in het maatschappelijk belang van de berichtgeving.
De journalist gaat in het bijzonder omzichtig om met mensen in een maatschappelijk kwetsbare situatie, zoals minderjarigen, slachtoffers van criminaliteit, rampen en ongevallen, en hun familie.
Richtlijn over identificatie in een gerechtelijke context
Ook publieke figuren hebben recht op respect voor hun privleven. Er zijn echter elementen van het privleven, die een invloed kunnen hebben op het publieke leven. Berichtgeving hierover kan verantwoord zijn om het publiek te informeren over kwesties van maatschappelijk belang.
Met publieke figuren wordt bedoeld mensen die een publieke of een maatschappelijk verantwoordelijke functie uitoefenen of die zelf de publieke belangstelling opzoeken. Een publieke figuur kan ook iemand zijn die in een voor de berichtgeving relevant milieu een publieke rol heeft of bekendheid geniet.
Bij incognito-, alias- en verborgen opnames wordt er in beginsel voor gezorgd dat de betrokkenen niet identificeerbaar zijn. Indien de betrokkenen publieke figuren zijn, kan identificatie verantwoord zijn.
Bij het maken van algemeen beeldmateriaal in publieke ruimtes is het niet altijd mogelijk om elke betrokkene toestemming te vragen. Wanneer een betrokkene uitdrukkelijk meldt dat hij niet in beeld wil komen, wordt dit door de journalist gerespecteerd. Desgevraagd wordt het materiaal uit het archief verwijderd. Uitzonderingen hierop zijn handelingen waarvan het maatschappelijk belang verantwoordt om er toch over te berichten, zoals bijvoorbeeld illegale handelingen.
De journalist die in zijn berichtgeving een procespartij, een verdachte, een veroordeelde of een slachtoffer identificeert door woord, tekst of beeld, maakt steeds een afweging tussen het recht van het publiek om zo volledig mogelijk genformeerd te worden enerzijds en het recht op privacy van de persoon over wie bericht wordt anderzijds. Naar gelang van de situatie en/of de gebruikte techniek (beeld, tekst) zal de journalist kiezen voor een volledig identificatie, voor een beperkte identificatie of voor het niet bekendmaken van de identiteitsgegevens.
Achtereenvolgens wordt hierna de berichtgeving over verdachten, veroordeelden, minderjarigen en slachtoffers toegelicht.
1. Verdachten
Principes:
Beperkte identificatie kan uitzonderlijk.
Volledige identificatie en herkenbare beelden kunnen alleen onder specifieke voorwaarden.
Uiterste voorzichtigheid wordt in acht genomen wanneer er twijfel is over de betrokkenheid van de verdachte. Elke verdachte geniet immers het vermoeden van onschuld en dit dient uit de berichtgeving te blijken.
De voornaam, de beginletter van de familienaam, de leeftijd en de woonplaats kunnen eventueel worden vermeld.
Of deze gegevens worden vermeld, en de mate waarin, moet hoofdzakelijk afhangen van 1.1 en van de ernst van de feiten, de stand van het onderzoek en het maatschappelijk belang om over de feiten te berichten.
Bij lichte misdrijven ligt zelfs beperkte identificatie niet voor de hand.
Volledige identificatie en herkenbare beelden kunnen alleen onder n van volgende voorwaarden, die de redactie moet kunnen motiveren:
- Een gewichtig maatschappelijk belang rechtvaardigt de volledige identificatie.
- De verdachte is een publiek figuur en het maatschappelijke belang rechtvaardigt zijn identificatie.
- Bij ernstige misdrijven wanneer de schuld aannemelijk is gemaakt, bijvoorbeeld door een bekentenis, een betrapping op heterdaad of door informatie uit betrouwbare bron.
- De verdachte is voortvluchtig en de politie of het gerecht heeft een opsporingsbericht verspreid met volledige identiteitsgegevens en/of herkenbare beelden.
- De verdachte is voortvluchtig en vormt een gevaar voor de samenleving.
- Het volledig identificeren van de verdachte kan een waarschuwing betekenen voor mogelijke nieuwe slachtoffers.
- De verdachte komt zelf met zijn verhaal naar buiten en maakt geen bezwaar tegen verdere identificatie.
Zie 4.
2. Veroordeelden:
Principes:
Beperkte identificatie kan eventueel.
Volledige identificatie en herkenbare beelden kunnen alleen onder specifieke voorwaarden.
De herintegratie in de maatschappij van een veroordeelde, zijn reclassering, of het lange tijdsverloop na de veroordeling, zijn elementen waarmee de journalist rekening houdt om terughoudend te zijn met identiteitsgegevens.
De voornaam, de beginletter van de familienaam, de leeftijd en de woonplaats kunnen eventueel worden vermeld.
Of deze gegevens worden bekend gemaakt, en de mate waarin, moet hoofdzakelijk afhangen van 2.1 en van de ernst van de feiten, de stand van de procedure en het maatschappelijk belang om over de feiten te berichten.
Bij lichte misdrijven ligt zelfs beperkte identificatie niet voor de hand.
Volledige identificatie en herkenbare beelden kunnen alleen onder n van volgende voorwaarden, die de redactie moet kunnen motiveren:
- Het maatschappelijk belang rechtvaardigt de volledige identificatie.
- De veroordeelde is een publiek persoon en het maatschappelijk belang rechtvaardigt zijn volledige identificatie.
- De ernst van de feiten rechtvaardigt de volledige identificatie.
- De veroordeelde komt zelf met zijn verhaal naar buiten en maakt geen bezwaar tegen volledige identificatie.
Zie 4.
3. Slachtoffers
Principes:
Beperkte identificatie kan eventueel.
Volledige identificatie en herkenbare beelden zijn in de regel niet toegestaan.
Bij slachtoffers worden, indien mogelijk, de identiteitsgegevens pas bekendgemaakt nadat blijkt dat het slachtoffer of de rechtstreekse familie op de hoogte is gebracht.
Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de vraag van een slachtoffer of zijn directe omgeving om niet gedentificeerd te worden.
Elke identificatie van slachtoffers van seksueel geweld is bij wet verboden, tenzij met hun schriftelijke toestemming of die van de onderzoeksmagistraat.
De voornaam, de eerste letter van de familienaam, de leeftijd en de woonplaats kunnen eventueel worden vermeld.
Of deze gegevens worden vermeld, en de mate waarin, moet afhangen van 3.1. en van de ernst van de feiten en van het maatschappelijk belang om erover te berichten. De redactie moet haar beslissing kunnen motiveren.
Volledige identificatie en herkenbare beelden kunnen alleen onder n van volgende voorwaarden, die de redactie moet kunnen motiveren:
Zie 4.
4. Minderjarigen
Principes:
Zelfs met beperkte identificatie moet uiterst terughoudend worden omgesprongen.
Volledige identificatie en herkenbare beelden van een minderjarige die betrokken is bij strafbare feiten, zijn in de regel niet toegestaan.
4.1. Algemeen
Elke identificatie van een minderjarige die het voorwerp is van een maatregel van een jeugdrechter, is bij wet verboden.
4.2. Beperkte identificatie
Enkel bij ernstige misdrijven en op voorwaarde van een gewichtig maatschappelijk belang kunnen eventueel de voornaam, de beginletter van de familienaam, de leeftijd en de woonplaats bekend worden gemaakt, ls dit verenigbaar is met 4.1.
Minderjarige slachtoffers worden in de regel niet gedentificeerd, minstens wordt uiterst terughoudend omgegaan met gegevens die identificatie mogelijk maken.
Als de ouders of nabestaanden van minderjarigen de pers verzoeken een bepaalde lijn aan te houden in verband met de identificatie van minderjarigen, wordt daarmee zo veel mogelijk rekening gehouden.
4.3. Volledige identificatie en herkenbare beelden
Volledige identificatie en herkenbare beelden zijn in regel niet toegestaan.
In zover verenigbaar met 4.1., zijn uitzonderingen enkel mogelijk onder n van volgende voorwaarden, die de redactie moet kunnen motiveren:
Richtlijn bij artikel 24:
24. De journalist respecteert de menselijke waardigheid en tast ze niet verder aan dan noodzakelijk is in het maatschappelijk belang van de berichtgeving.
De journalist vermijdt overdrijving bij het vrijgeven van beelden en/of details, ook wanneer de feiten de publieke opinie sterk beroeren.
Wanneer over gevallen van zelfdoding wordt bericht, respecteert de journalist de privacy van de betrokkene en van de nabestaanden, hij vermijdt dramatisering, gedetailleerde beschrijving en positieve voorstelling van de feiten.
[1] Zie de definitie van journalist in de Aanbeveling R (2000) 7 van de Raad van Europa.
[2] Handel met voorkennis wordt hoofdzakelijk geregeld in artikels 251,1 en 40 volgende van de Wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financile sector en de financile diensten (de Wet). De Wet van 2 augustus 2002 is uiteraard ook van toepassing op Journalisten.
[3] Marktmanipulatie wordt hoofdzakelijk geregeld in artikels 251,2 en 391 volgende van de Wet.
[4] Definitie van artikel 6 van de Europese Richtlijn 2003/125/EG.
Copyright 2009 Dear Bono. All rights reserved.